De hoogste bieder

Published on november 17th, 2016

‘Weet u nog vijf appartementen te koop? Ik kan meteen betalen.’ De vriendelijk lachende Surinaamse meneer zwaait nog net niet letterlijk met een zak met geld. ‘Grote of kleine appartementen?’, vraag ik. Dat maakt niet uit. Kleine wasjes, grote wasjes. Als de centjes maar mooi wit worden.

Zo’n ontmoeting in de binnenstraat is schering en inslag. Bij ons worden er, van de vijf koopappartementen op een verdieping gemiddeld twee verhuurd. De samenstelling van de populatie laat een nog schrikbarender scheefgroei zien: tegenover elke bewoner in een particulier gekocht appartement staat een huurder; meestal een student of een Roemeense loodgieter. De gevolgen voor de sociale cohesie staan nauwkeurig omschreven in gemeentelijke nota’s over wonen, zorg en samenleven.
De gemeente Amsterdam weert zich dapper in een strijd met hebzuchtige kamerverhuurders, commercieel opererende hospita’s en malafide makelaars. Het beleid wordt omkleed met verrukkelijke termen zoals de sponswerking van de stad, stappen zetten op de woonladder en nieuwe kansen verzilveren, op weg naar nieuwe regels die beter zijn toegesneden op de huidige praktijk. De papieren tijger brult welbespraakt.

Er wordt hard gewerkt om het beleid voor verhuur aan te scherpen. De criteria voor woningdelen zijn aangescherpt. Aan de concurrentie met andere woningzoekenden wordt paal en perk gesteld. En zelfs met oog op de veiligheid, leefbaarheid en overlast zijn regels gesteld.

Maar wie controleert het beleid? Wie zorgt voor de handhaving? Wie zorgt voor de sancties bij overtreding? Niemand. De VvE heeft niet de macht en de middelen van een woningcorporatie, terwijl we dat onderhand wel zijn. We sukkelen doelloos in het rond met een Reglement van Splitsing uit 1973. We zijn geen onbezoldigd ambtenaar en politieagent voor onze buren. De gemeente zelf controleert niets. Ergens in een kantoortuin met uitzicht op het beeld van Anton de Kom zet een ambtenaar het ene stempel na het andere om goedkeuring te verlenen voor verhuurvergunningen terwijl dat volgens de criteria van zijn werkgever helemaal niet mag. En dan heel verbaasd opkijken als er weer een wietplantage is opgerold.

Een vergunningenstop, dat is wat we willen. Een adempauze, om alle huur en verhuur in kaart te brengen. Vervolgens graag gesanctioneerd beleid om alle illegale verhuur tegen te gaan. We willen dat de gemeente luistert naar onze plannen voor verduurzaming en stopt om onze omgeving en onze faciliteiten als een marktkoopman te verpatsen aan de hoogste bieder.
De verkiezingen komen er aan, ik zeg maar even. En dan kiezen wij voor de hoogste bieder.

Reageer

Laat hier een reactie achter