Rondjes tollen

Published on april 20th, 2016

Er fietst een jongetje op een driewieler over het laminaat. Hij slalomt langs een wasrek en een vuilniszak vol met wiet. Op een van de bovenste verdiepingen is een flat verhuurd. Hij woont er met zijn vader, moeder en zusje. En nog een ongeveer tien, twaalf Polen, Roemenen en Hongaren. Ze staan te blowen op het balkon, in het trappenhuis, in het lifthuis. Als ik aan klop – de bel doet het niet – doet een intens bleek Gothic-achtig uitziend meisje open. Haar Engels is belabberd, maar ‘sorry’ komt er gemakkelijk uit. Sorry, sorry, sorry. Ik mag even een kijkje komen nemen.
Het gezin woont in een kamer van hooguit vijftien vierkante meter. In de andere kamer, die iets kleiner is, verblijft het Gothicmeisje met haar vriend. Van de andere kamer blijft de deur gesloten. Er is een keuken en een lege ruimte waar andere bewoners hun woonkamer hebben. In de woonkamer zonder meubels, ligt een matras op de vloer tegen de muur.
Wie de eigenaar is?
Dat weten ze niet. Af en toe komt de meneer van het uitzendbureau de huur innen. Ze werken hier in een hotel, maak ik op uit het steenkolen Engels. Ze zijn niet achterlijk, ik zie ze snel blikken van verstandhouding wisselen en ze zorgen er voor dat ik niet echt iets te weten kom.
We wonen hier met z’n zessen, zeggen ze. Bij de deur staan minstens veertien paar schoenen en de kapstok hangt vol jassen.
Maar ze hebben onderling voortdurend ruzie, en de ene groep wil de andere groep(en) eruit. Daarbij kunnen ze mijn hulp wel gebruiken. En dus steken ze me voorzichtig wat informatie toe. Een briefje met een telefoonnummer. Ik vind op Google de naam die er bij hoort: een uitzendbureau in een woonhuis hier even verderop.
Ik verzamel de klachten van de buren. Geluidsoverlast, stankoverlast. Troep. Afval. Ik meld het de beheerder. Er wordt illegaal verhuurd, ze hebben geen gebruikersverklaring en dat moet volgens ons Reglement van Spiltsing. Ze hebben één toilet, één douche en één wasbak. Dat is te weinig volgens de Huurwet. De beheerder mag dus met een gerust hart in actie komen. Maar ze wachten op de politie. De politie komt een kijkje nemen, de zak wiet is natuurlijk al vertrokken. Ze constateren dat er mensen wonen. Maar de VvE zelf moet ingrijpen, daar is de politie niet voor. Ik breng het in op een vergadering van de bewonersraad. De bewonersraad verwijst naar de beheerder, de beheerder verwijst naar de politie, de politie verwijst naar de VVE. De voorzitter van de VvE brengt de kwestie in bij de bewonersraad. De bewonersraad verwijst…
Zo gaan de dagen om en vliegen weken voorbij.
Dan komt een doorbraak. De beheerder meldt dat hij contact heeft gehad met de eigenaar. En de eigenaar weet te vertellen dat het huis helemaal niet wordt verhuurd.
Weet je zeker dat de eigenaar zelf er niet woont?, informeert de beheerder.
Ja, dat weet ik heel zeker. Ik ken de eigenaar, en de tien buren die geklaagd hebben kennen de eigenaar ook. We zijn, kortom, met z’n allen nog niet helemaal van de trekker gevallen.
Bij een volgend bezoek maak ik per ongeluk een paar foto’s. Het wasrek, de matras.
Dit huis wordt niet bewoond.
Dit huis wordt niet verhuurd.
De eigenaar heeft natuurlijk zijn huis leeggeruimd en slaapt nu zelf op een matras op de vloer.
En het jongetje fietst rond op zijn driewieler, tussen nat wasgoed en verse oogst wiet.

Reageer

Laat hier een reactie achter