Flatverbod

Published on maart 27th, 2016

Er woont een Roemeen in ons trappenhuis. Een Roemeense jongeman met een hip pluis baardje een blauw wollen mutsje. ‘s Morgens zien we hem op blote voeten, kennelijk trekt hij zijn schoenen uit uit als hij gaat slapen, boven in het lifthuis. Overdag vermaakt hij zich met de lift, beetje in en uit stappen en kijken of hij via het trappenhuis sneller op de tiende verdieping is. Het mag niet, in ons trappenhuis wonen en we sturen hem weg. Keer op keer, tientallen keren per dag. Dan loopt hij mismoedig naar buiten, om via de hoofdingang bij toren 1 weer naar binnen te komen. De politie kan hem gemakkelijk vinden, ze hoeven alleen maar het spoor van filters te volgen, de stille getuigen van de onophoudelijke stroom joints die hij rookt. Hij heeft een formeel flatverbod, maar hoe zeg je flatverbod in het Roemeens?

Hij oogt niet onaardig maar helaas, hij is niet erg sympathiek. Hij probeert zo nu en dan met vrouwen mee hun woning in te glippen. Dat is niet prettig. Of hij blokkeert de deur van de lift voor ze door pontificaal in de deuropening te gaan staan.
Hij is uitzonderlijk hardnekkig. Hij spreekt nauwelijks Engels, behalve ‘Why?’ ‘Why?’ als hij weer wordt weggestuurd. Why? Het trappenhuis is lekker warm en droog en het uitzicht bovenin is prachtig. Hij wil graag weten wat dat water is, daar verderop. Leg maar eens aan een Roemeen uit wat het IJsselmeer is. The sea? No. A lake? Eh, no.
Hij is er nu al bijna een week, en ik heb inmiddels begrepen dat hij in het gezelschap was van twee Poolse jongens was, die hier een paar weken hebben gewoond maar met de noorderzon zijn vertrokken. Zou hij op hen wachten? Denkt hij dat het zulke goede vrienden zijn dat ze voor hem zullen terugkomen? Dat hij niet in de steek gelaten is, maar dat het een misverstand was dat hij hier in zijn eentje is achtergelaten zonder zijn spullen?
Het huis is inmiddels alweer aan anderen verhuurd. Hongaren, die niets van hem willen weten. Niemand wil iets van hem weten. De een vindt hem een creep en de ander een freak. Ik zie hem ook liever gaan dan komen. Maar toch. Als ik hem weer op onverbiddelijke toon de deur wijs: out! – wat hij vervolgens ook braaf doet, ik kan hem volgen via de videofoon en zie hem naar buiten gaan – telkens als de klanken van mijn scherp klinkend ‘out’ wegsterven, hoor ik zingen in mijn hoofd.
Erbarme dich.
Maar dat kan niet. En wat een armoede is dat.
[Nee, niet vragen 'why'?]

Dit is een fragment uit Prettig Wonen, de nieuwe roman van Marjolein Houweling

Reageer

Laat hier een reactie achter