Verhalen van volmaakte wreedheid

Gepubliceerd op 12 december 2011

Een preview was het, een voorvertoning vóór de try out. Theatermaker Carla Mulder gaf afgelopen weekend op originele wijze gehoor aan de wens van de subsidiegevers – lees: het kabinet – om het publiek al in een vroeg stadium te betrekken bij een theaterproductie. Er is moed voor nodig om zoiets kwetsbaars als een halffabrikaat aan de meedogenloze blikken en meningen van een pubiek bloot te stellen. Maar Mulder deed het. Ze presenteerde in het Dijktheater in Amsterdam het materiaal dat ze verzameld had voor haar nieuwste voorstelling, onder regie van Matin van Veldhuizen. Carla schotelde ons beeldmateriaal, tekeningen en verhalen voor, raw footage, over het leven van haar moeder. De contouren van een aangrijpende voorstelling waren duidelijk zichtbaar, ook al was het verhaal nog niet uitgekristalliseerd. De moeder van Carla leefde in toenmalig Nederlands-Indië en overleefde het Jappenkamp. Nippenkamp, zoals het daar heette. Als kind hoorde Carla louter vrolijke anekdotes over die tijd. Humor als ultiem middel om te overleven. Voor tijdens en na de ramp. Maar Mulder had onthutsende zaken ontdekt en wij, de toeschouwers, waren minstens even geschokt.
Wat op mij uiteindelijk nog het meeste indruk maakte, is dat elk verhaal telkens weer terugkeert, al is het in een andere vorm. De vooraankondiging van oorlog is telkens anders en telkens hetzelfde. Niet alleen de mensen zijn veroordeeld tot een eeuwige wederkeer, ook de gebeurtenissen die zij meetorsen.
Na afloop konden we napraten en meedenken, onder het genot van wijn en een Indonesische rijsttafel. Ik vond het een belevenis om zo getuige te zijn van een theatershow in wording. Het was me bijna te intiem. Ik voelde me grof en lomp. Alsof ik in een atelier stond en tegen de schilder zei: ‘Kan dat roze misschien blauw worden? Dat kleurt beter bij de bank.’ Maar tegelijkertijd wist ik dat Carla haar pasgeboren spruit beschermde als een moeder haar dochter.
Ik hoop dat de mogelijke financiers zich realiseren dat ze iets bijzonders gezien hebben. Ook al vrees ik het ergste. Je kunt een verkiezingsprogramma samenstellen dat een breed publiek bevalt, ook al is het niet haalbaar. Maar een theaterprogramma maken met de opzet veel mensen te trekken, dat is andere koek. Want dit relaas was rauw met soms verhalen over volmaakte wreedheid. Het legt bovendien de halfhartige houding van Nederland voor, na en tijdens de oorlog bloot. Het gaat over moeders en dochters en de tragiek van de eindeloze herhaling. Zouden de subsidiegevers daar wel op zitten te wachten? Om volle zalen te trekken moet er veel gelachen worden en willen we ook graag een happy end. En meezingen als het even kan. Het Wilhelmus, maar olé olé is is ook goed.
De financiers willen steeds meer invloed en de rol van de kunstenaar wordt steeds kleiner. Voorstellingen fragiel als kleine kleuters moeten onder erbarmelijke omstandigheden zien te overleven. Ook de voortekenen zijn altijd hetzelfde.
In de tram naar huis zag ik wel drie boekwinkels – leeggeruimd, met lege etalages.

Reacties

  1. Posted by Dia Huizinga on december 17th, 2011, 11:49 [Reply]

    Wil de voorstelling zien dus subsidiegevers…

    • Posted by Rain on januari 6th, 2012, 23:58 [Reply]

      This iontrduces a pleasingly rational point of view.

  2. Posted by Alex on december 17th, 2011, 11:50 [Reply]

    Mooi verslag

Reageer

Laat hier een reactie achter