Taal en Teken

Gepubliceerd op 5 december 2011

Tekenen is wat je noemt een oervorm van kunst. We hebben allemaal als kleutertje op de grond gelegen tussen de kleurpotloden en de meest schitterende tekeningen gemaakt. De meeste van ons zijn opgestaan om geld te verdienen, maar sommige jongens en meisjes doen het gewoon nog – al zijn ze zestig. In Arti is daar tot 7 januari het resultaat van te zien. Godzijdank verdienen de tekenaars er inmiddels ook nog wat mee. Ons land is gezegend met tekenaars van wereldklasse, maar ik vind de tekeningen vooral zo leuk. Tekenaars gebruiken volgens mij nog meer dan schilders en schrijvers de mythologie om hun ideeën en verwondering daarover tot uitdrukking te brengen. Ze hebben hun kennis van verborgen werelden nooit verloren laten gaan, zelfs in de meest realistische stadstaferelen ligt de magie voor het grijpen. Ik denk dat tekenaars zich daarom een beetje eenzaam voelen, er zijn nog maar zo weinig mensen zijn die hen verstaan.

De Nederlandse vertaling van Harry Potter legt elk boek opnieuw genadeloos bloot waar het onze taal en cultuur aan ontbreekt: mythologie, symboliek en magie. Niet veel Nederlanders zullen de symboliek in woord en beeld van de Potterboeken en -films begrijpen. Slangen, water, spinnen, edelstenen, vuur, krachtdieren – in steen veranderen en onzichtbaar worden met een deken annex sluier. Vooral in de laatste delen zijn de sjamanistische elementen om van te smullen, in het bijzonder de gruzielementen. Soul-loss dus, in sjamanistische termen. De gemiddelde Nederlander zal genieten van de special effects en tegelijkertijd geen idee hebben waar hij werkelijk naar zit te kijken. Wij weten van symboliek alleen nog maar dat de held blond en blank is en de boef zwart en met een buitenlands accent spreekt. Zelf Freddy Heineken moet, om als held herkent te worden, als een beer van een vent het witte doek op, en niet als de pygmee die hij in werkelijkheid was.

Door het ontbreken van mythologie ontbreekt het ons aan een vorm van intuïtieve logica; in kunst, boeken en films kan de doorsnee Nederlandse liefhebber nog maar één laag ontdekken. Daar heb je als maker dus rekening mee te houden. Wil je met kunst communiceren, dan zul je dat op een toegankelijke, simpele en eenduidige manier moeten doen. De huidige regering noemt dat verkoopbaar en commercieel, maar de ware betekenis is dat kunst geen verborgen verhaal mag of kan hebben. Jammer maar helaas: want een kunstwerk, boek of film, toneelstuk of lied zonder verborgen schat en zonder geheim is de moeite niet waard.
Het kan die tekenaars niets schelen. Ze houden hun potlood scherp en gaan onverdroten door. Maar dat de expositie ‘I wish I loved the human race’ heet, kan geen toeval zijn.

Deelnemende kunstenaar: Ron Amir, Pedro Bakker, Dirk Comello, Lies van Dam, Jolien van Hassel, Mai van Oers, het Harde Potlood, Marisa Rappard, Richtje Reinsma, Roland Sohier (tevens curator), Roosemarijn Schoonewelle, Rik Smits, Koen Taselaar en Heleen Wiemer.

Reageer

Laat hier een reactie achter