Als een ware Jihad-strijder stond hij opeens op het podium, onze generaal Peter van Uhm. Gewapend met een mitrailleur of zoiets. Dat iedereen bang was voor het wapen, begreep hij heel goed. Wij zagen immers nooit wapens. Elke politieagent in ons land is gewapend, daar ging hij even aan voorbij. Maar we zien weinig uzi’s in ons straatbeeld, alleen bij overvallen op juweliers en benzinestations. Hij gebruikte het wapen als zijn instrument, zei hij, zoals een ander zijn pen of camera gebruikt. Goede vergelijking, vond ik. De strijd tégen de democratie wordt in ons land gevoerd met een camera op elke straathoek en agit prop van de overheid. Dan zal je voor de verdediging van de grondwet wel naar de wapens moeten grijpen, zoiets?
De generaal vindt dat hij uit naam van de democratie moet vechten en doden. Maar welke democratie zou hij bedoelen? De onze, die van het oeverloos consumeren en vegeteren, neem ik aan. De democratie van de westerse landen, die andere landen hun manier van leven opdringen, omdat het zogenaamde mislukte staten zijn – zie Naom Chomsky.
En toegegeven, als ik bedreigd werd door de Taliban, zou ik verrekte blij zijn met een paar blauwhelmen en een mitrailleur in de buurt. Enige punt is dat die Taliban nooit aan de macht gekomen was als de westerse democratiën niet al eeuwenlang brandschattend en plunderend over deze aardbol waren getrokken. Als we even veel geld uitgetrokken hadden voor vrede als voor veiligheid, waren de mensen in Afghanistan en de anders ‘stans’ helemaal niet in zulke problemen verwikkeld geraakt. Het westen creeërt vijanden om ze vervolgens manhaftig te bestrijden. Eerst totale chaos en wanorde scheppen, drugsbaronnen in het zadel helpen en dan komen opruimen.
Je moet je kunnen verdedigen, zeker als je eerst zelf hebt aangevallen. Maar ook dat zei Van Uhm niet. Hij zei wel dat zijn eigen vader zich zo machteloos had gevoeld in WO II. Dat zal ongetwijfeld. Tegen geweld is maar weinig opgewassen, maar zeker niet méér geweld. En hij vertelde ook dat hij zijn eigen zoon verloren had in de strijd. Dat was voor hem eerder een reden om door te gaan dan om te stoppen. Zoals dat ook voor menig Palestijnse moeder geldt. Wat ik maar zeggen wil: een oog voor een oog maakt iedereen blind. En die meneeer uit het leger is ongetwijfeld heel dapper en oprecht, maar oorlogvoeren is en blijft een zwaktebod.
De Heilige Oorlog van Van Uhm
Gepubliceerd op 17 december 2011
Reageer
Laat hier een reactie achter

