Cruijff vs Van Gaal

Gepubliceerd op 18 november 2011

Het individu tegen het collectief. De alleenheerser tegen de vakbondsman (jaja, Van Gaal was voorzitter van de spelersvakbond). De koning zelf, de monarchist, tegen de communist. De elitaire vrije wil tegen de stem des volks. Sexy voetbal tegen harde porno. Fantasie tegenover ingestudeerde patronen. Moed tegenover wet. Voor Cruijff is voetbal vrijheid, voor Van Gaal gehoorzaamheid.
Kan dat niet samen? Natuurlijk wel. Alles draagt zijn eigen tegenpool in zich. Elk idee wat te lang bestaat, verandert in zijn tegendeel. Cruijff is geen goed en Van Gaal geen slecht mens – alleen de omstandigheden bepalen wat goed en slecht is. In een wereld van dualiteit ziet iedereen over de drieëenheid heen. Alles bestaat uit drie krachten: de positieve, negatieve en neutraliserende kracht. Kortom: Van Basten wakker worden, aan het werk!

Uit Andermans Ogen:
F*C 0524 speelde zoals een school ansjovis in de oceaan zwom;
als een soepel bewegend organisch geheel vloeiden elf spelers
over het veld alsof ze elkaar zonder te kijken konden zien en
zonder te horen konden verstaan. Met prachtige patronen speelden
ze in een ragfijn lijnenspel elkaar vrij. Ze tekenden met de
bal de meest verrassende geometrische figuren; altijd stond er
iemand vrij, daar was geen mandekking of sliding tegen opgewassen.
Eén keer raken, tik tak. Het korte kunstgras zorgde voor
een snelle balcirculatie waardoor de tegenstander maar geen vat
op hun spel kon krijgen.
De supporters van de tegenpartij staakten hun vijandige spreekkoren
over ‘er staat een doos in het doel’ en ‘Rowin Knol heeft
een buttplug in z’n hol’. Zwijgend keken ze toe. De verslaggever
raakte in vervoering over het spel van F*C 0524. ‘Voetbal zoals
het bedoeld is’, juichte hij in de microfoon en hij sprak over het
wonder van Coevorden. Het was voetbal als een spiritueel ritueel,
opgebouwd met ijzeren discipline vanuit een strakke structuur,
uitmondend in een extase van creativiteit – meestal een actie van
de omgebouwde linksbuiten die als een ballerina over het veld
dartelde – uitmondend in een doelpunt. Iedereen had een rol en
iedereen paste in het Plan. De spelers konden elkaar blindelings
vinden, dankzij het eindeloos oefenen op patronen. Iedere speler
wist wat er op welk moment van hem of haar verwacht werd.
En dankzij het biofeedbacksysteem, waardoor ze geleerd hadden
om hun intuïtie blindelings te vertrouwen. Zodat ze opeens,
als op een afgesproken maar onzichtbaar signaal, gingen jagen
op de bal als de tegenstander in balbezit was. Terwijl ze een
andere keer juist niet achter de bal aangingen, maar zich helemaal
op eigen helft lieten terug zakken. Hoe ze speelden en wat
ze zouden doen, was keer op een keer een verrassing voor de
tegenstander, maar niet voor het elftal zelf. Zij wisten met elkaar
precies wat hen te doen stond. Ze stonden waar ze moesten staan
en liepen waar ze moesten lopen. Voetballen kun je leren.

Alle tekst en beeld op deze website zijn copyright Houweling/Schalkwijk

Reageer

Laat hier een reactie achter